Verder winkelen

Reflexintegratie

Reflexintegratie

Algemene kenmerken storende reflexen

Herkent u dit bij een kind of uzelf?

Baby/dreumes/peuter: Huilbaby- motorische mijlpalen veel later bereikt/overgeslagen- Heeft niet/nauwelijks gekropen– houterige motoriek/onhandigheid– Loopt op de tenen– Stoot overal tegenaan– Verkrampte fijne motoriek– vind knutselen niet leuk- spraak/taalontwikkeling vertraagd- zindelijkheid is voor basisschooltijd nog niet onder controle.

Kleuter/basisschoolkind: Is eind groep twee nog (net) niet klaar voor groep 3- Heeft een hekel aan werkjes- zindelijkheid is een probleem- Lichaamsonrust- Hyperactief of oververmoeid gedrag– moeite met afscheid nemen-  Ongecoördineerde bewegingen, ook bij gymnastiek– Tong- en mondbewegingen tijdens bezigheden met de handen– Hoofd draait mee tijdens het lezen- middenlijn niet oversteken- lees/leerproblemen- korte spanningsboog.

Oogbewegingen: Geen totaalbeeld, te veel focus op details.– Trillende oogleden, heen-en-weer schietende ogen.– Kan niet goed focussen, richt de ogen verkeerd (oogsamenwerkingsproblemen en fixatie disparatie)- klaagt over hoofdpijn/branderige ogen- Zwak ruimtelijk (in)zicht- branderige ogen- hoofdpijnklachten.

Motoriek: Hekel aan bewegen- Zwemmen– Ballen vangen/laten stuiteren– Fietsen– Huppelen– Gedifferentieerde (verschillende) bewegingen (achter elkaar) doen– Touwtjespringen, evenwichtsspelletjes – overmatig morsen met eten/drinken– vaak vallen/struikelen.

Lichaamshouding: Spiertonus te laag (slap) of te hoog (verkrampt)– Benen achter stoelpoot gehaakt tijdens schrijven of lezen– Op een of beide benen zitten– Hoofd in handen steunen of hoofd wordt tijdens schrijven ondersteund met niet schrijvende hand–  Aan tafel: ingezakte borst, scoliose, opgetrokken schouder(s), op één of twee knieën zitten–  Kind hangt vaak in de stoel; hoofd achterover en benen uitgestrekt.

Sociaal-emotioneel:  Afwachtende houding in nieuwe situaties- geen oogcontact zoeken- moeite met verbaal uitdrukken (in gezelschap)- geen "nee" durven zeggen- pesten/gepest worden- niet graag spreken in het openbaar- moeite met initiatief nemen- moeite met opstarten werkzaamheden-ontwijkend gedrag- controlerend gedrag.

Vaardigheden leren: Automatiseren (op verschillende gebieden!) verloopt moeizaam of blijft achterwege– Moeite met gebruik van bestek–slordig eten- Moeite met aankleden, ochtend of avondritueel (systeem aanbrengen)– Zwak ontwikkeld ruimtelijk inzicht – Verbaal/performaal-kloof-veters strikken- zwemmen- hekel aan sport en beweging.

Schrijven– Problemen met fijne motoriek– Slecht leesbaar handschrift– Handschrift buigt naar boven of beneden toe af– Hoofd wordt ondersteund met nietschrijvende hand– Hoofd ligt (bijna) op de tafel bij het schrijven– Moeite met op de lijn (tussen lijntjes) schrijven– Moeite met overschrijven van het bord– Verkrampte/slechte pengreep.

Lezen: Men houdt de vinger(of lineaal) bij de regel– Zonder bijwijzen kan de persoon niet bij de goede regel blijven–  Lezen gaat erg langzaam/kost veel energie- hoofd dicht op het papier- enz.

Kind/jongere/volwassene:

Fysiek: Wagenziekte/zeeziekte/misselijkheid- hoofdpijn/Migraine- Allergieën- Luchtwegproblematiek- Auto-immuunziekten- Bedplassen/stoelgangproblemen/incontinentie- chronische blaasontsteking- Chronische pijn- terugkerende/aanhoudende sportblessures- beperkte bewegingsvrijheid in gewrichten- spasmen- TIA- hersenbloeding-Parkinson- slaap apnoe-Astma-Evenwichtsstoornissen-Tics-hoge bloeddruk-hoog cholesterol- ziekte van Lyme- (beginnende) suikerziekte (diabetes type 2)- enz.

Psychisch: onzekerheid- (faal)angstig- geen risico's nemen- Paniekaanvallen- Burn-out/Depressie- (complexe) PTSS- slecht slapen- ontwijkend gedrag- Eetstoornissen- chronische stress- altijd "aan" staan-slecht slapen- enz.

Lees hieronder verder voor een aantal uitgelichte reflexen !!!
Reflexen uitgelicht

Kenmerken van nog storende primaire en posturale reflexen

Door talloze factoren, bijvoorbeeld: traumatische ervaringen, genetische factoren, stressvolle omstandigheden (bijvoorbeeld bij bevalling of een trauma) of medicatie, kunnen sommige primaire reflexen ongecontroleerd aanwezig blijven. Terwijl de ontwikkeling van het kind doorgaat, zal het lichaam een manier zoeken om dit te compenseren. Vaak zijn de reflexen dus niet meer als zodanig te herkennen. Maar ondertussen verstoren ze het normale functioneren wel degelijk. Een reflex heeft namelijk altijd voorrang, waar je ook mee bezig bent, en slurpt alle energie op. Dit verlaagt de algehele vitaliteit stelselmatig en verstoort de werking van het immuunsysteem. Zowel baby’s, als kinderen, als volwassenen waarbij dit gebeurt, kunnen uitgeput raken en extreme vermoeidheid vertonen. Afhankelijk van overige factoren (binnen of buiten het lichaam) krijgen kinderen dan vroeg of laat, als volwassene, te maken met uiteenlopende problemen, zoals in onderstaand overzicht te lezen valt:

  1. Angstverlammingsreflex
  2. Moro reflex
  3. Bondingreflex
  4. Babkin Palmomental Reflex
  5. Spinal Galant Reflex
  6. Asymmetrische Tonische Neck Reflex (ATNR)

N.B. Er zijn veel meer primaire en posturale reflexen. Het opgesomde aantal is een kleine maar belangrijke greep uit het geheel aan reflexen. Meer informatie

- Angstverlammingsreflex

Functie: Deze reflex zorgt ervoor dat je meebeweegt met prikkels en weggaat van contact. In sommige gevallen zorgt het lijf zelf voor het weggaan van contact door flauw te vallen, te hyperventileren, of door absences te hebben. Van buitenaf gezien kan het lijken of iemand niet reageert op allerlei prikkels, ook niet op sterke prikkels of aangrijpende gebeurtenissen. Observeer je echter nauwkeuriger dan zie je een gehele fysieke reactie van het lichaam, oogcontact vermijden, knipperen met de ogen, vastzetten van de ademhaling en aanspannen van de buikspieren. Of de persoon heeft het altijd druk druk druk en heeft daardoor (onbewust) een excuus om geen contact te hoeven hebben.

Niet geïntegreerd: Onder invloed van een hyperactive terugtrekreflex kan iemand telkens (op het laatste moment) afzeggen. Ook zal hij het vaak lastig vinden om zich te verdedigen. Deze reflex is soms moeilijk te herkennen omdat het veelal om subtiele gedragskenmerken gaat, maar die heel wat ellende kunnen veroorzaken.

Kenmerken

  • Uit de weg gaan van contact (mensen aanspreken, een drempel over moeten om te telefoneren), het gevoel hebben niet gezien of gehoord te worden.
  • Confrontatie mijdend gedrag
  • Moeite met eigen grenzen aangeven;
  • Moeite met ‘nee’ zeggen, overal ‘ja’ op zeggen.
  • Moeite hebben met innemen van eigen ruimte, letterlijk en figuurlijk. Het gevoel hebben telkens maar genoegen te moeten nemen met de ruimte die een ander hem laat en niet in staat zijn om dat beter in balans te brengen.
  • Zichzelf wegcijferen, voortdurend ‘in dienst te staan van anderen’, maar daar tegelijkertijd erg onder lijden.
  • Het lastig vinden om zijn mening te uiten.
  • Flauwvallen, absences, hyperventilatie, black-outs
  • Drukdrukdruk zijn, (op het laatste moment) afzeggen, eeuwig te laat komen
  • Gevoel van machteloosheid hebben,
  • Gevoel dat een heleboel telkens nèt niet lukt.
  • Wedstrijden, examens en competitieve of prestatiegerichte activiteiten het liefst willen vermijden
  • Veelvuldig dagdromen
  • Het gevoel niet te worden gezien of gehoord
- MORO REFLEX

Functie: De reflex zorgt voor een reactie op zintuigelijke prikkels. Als eerste treedt een soort verstarring op , waarbij de persoon verlamd kan zijn van angst. Vervolgens komt adrenaline vrij waardoor actie mogelijk wordt. Een baby zal zijn spieren in zijn nek, armen en benen aanspannen waardoor zijn ledematen uitslaan en hij zal gaan huilen. De Moro reflex wordt ook wel de vlucht-vechtreflex genoemd. Bij gevaar zal vluchten of vechten de reactie zijn. Dat kan zich ook uiten in huilen of een uitbarsting van woede.

Bij een ouder kind of een volwassene is de uiterlijke reactie op zintuigelijke prikkels soms niet direct zichtbaar, maar van binnen gebeurt van alles. Er komt een stoot van de stresshormonen adrenaline en later  cortisol vrij. De spieren, pezen en weefsels spannen zich aan. De bloedvoorziening naar de lange spieren in armen en benen krijgt voorrang, wat ten koste gaat van onder meer de bloedvoorziening van de spijsvertering en het afvoeren van afvalproducten uit spieren en cellen. Daarnaast blokkeert deze fysieke reactie  het bereik van  de Cortex. De bijnieren (producenten van adrenaline) raken uitgeput, voedingsstoffen worden niet goed opgenomen, afweerreacties treden op (eczeem, allergieën). Bloedsuikers worden sneller verbrand dan bij anderen, waardoor stemmingswisselingen kunnen ontstaan en de (leer-) prestaties kunnen worden beïnvloed.Adrenaline en cortisol spelen een belangrijke rol in de afweer tegen allergene stoffen en infecties. Wanneer de productie van deze twee hormonen door de opgewekte mororeflex voortdurend hoog is, kunnen zij hun functie bij de afweer niet goed vervullen. Daardoor hebben kinderen met een ongeremde mororeflex vaak last van keel, neus oor- (KNO-) problemen, allergieën of zij reageren te sterk op bepaalde medicijnen.Door uitputting van het hele fysieke systeem kunnen van verloop van jaren burn-outklachten ontstaan.

Afvalstoffen in het lichaam die niet goed worden afgevoerd onder invloed van de Moro reflex, kunnen tot gevolg hebben dat de zuurgraad van het lichaam omhoog gaat, er hoofd en gewrichtspijn ontstaat. Maar ook jeuk, lever-, galblaas- en darmproblemen kunnen het gevolg zijn. Wanneer de spijsverteringsorganen de afvalstoffen onvoldoende kunnen afvoeren, helpen de longen mee, maar als ook dat onvoldoende lukt kunnen ook luchtwegproblemen zoals astma of bronchitis ontstaan.

Niet geïntegreerd: Wanneer de Moro reflex ongeremd aanwezig is of onvoldoende ontwikkeld is, zijn een of meerdere zintuigen vaak erg gevoelig, waardoor iemand te sterk op bepaalde prikkels zal reageren. Een plotselinge beweging, een verandering van houding, pijn, plotselinge aanraking, geur of bepaalde smaken kunnen de Moro reflex op onverwachte momenten opwekken. Het kind is voortdurend alert en staat voortdurend op ‘scherp’. Hij bevindt zich voortdurend op randje van vluchten of vechten en dat houdt zichzelf in stand: door de reflex wordt de productie van stresshormonen adrenaline en cortisol gestimuleerd, maar door deze hormonen neemt ook de gevoeligheid van de zintuigen toe, waardoor hij extra veel zal waarnemen. Dat leidt voortdurend af, zodat dit deze kinderen en volwassenen moeite hebben met leren, concentreren en een taak afmaken.

Wanneer de zintuigen zo scherp waarnemen zijn twee reactie mogelijk: hypo- arousal cq verlamming (freeze) of hyperarousal c.q. agressie (vechten/vluchten). In geval van angst zal hij zich uit situaties ’terugtrekken’, hij kan zich moeilijk aanpassen en kan niet gemakkelijk affectie accepteren of tonen. Bij overactiviteit is het kind vaak agressief of prikkelbaar, hij zal moeite hebben met het lezen van lichaamstaal en wil situaties domineren. Bij beide reacties hoort manipulatief gedrag, omdat deze kinderen grip willen houden op hun emoties.

Kenmerken:

Een of meerdere zintuigen die erg gevoelig zijn en zeer goed kunnen waarnemen.

2.  Lichtgevoeligheid (bijv. moeite met het onderscheiden van zwarte letters en tekens op wit papier, snel moe worden onder TL-verlichting

3.  Overgevoeligheid voor geluiden (ook: moeite hebben met zich af te sluiten voor achtergrondgeluiden zoals een tikkende klok, druppelende kraan, brommen van elektrische apparaten)

4.  Zeer goed kunnen ruiken, soms zo goed dat de geur van mensen in de nabijheid al teveel is. De reactie kan zijn dat deze kinderen zich afzonderen van anderen om die geuren te vermijden

5. Gevoelig zijn voor aanraking. Een hekel hebben aan (onverwachte) aanraking

6. Allergieën, auto-immuunziektes (bijv. astma, eczeem, veelvuldige KNO-problemen)

7. Voortdurend afgeleid zijn, slechte concentratie, moeite met afmaken van taken, lees- en leerproblemen door afleiding

8. Burn-outklachten bij volwassenen

9. Schrikachtig zijn, ook: nachtmerries

10. Plotselinge woede uitbarstingen of huilbuien

11.Slecht evenwicht en slechte coördinatie

12. Ogen worden naar de omtrek van een voorwerp getrokken, waardoor het binnenste moeilijker kan worden waargenomen (moeite met waarnemen van letters en woorden op bladzijden bij lezen!)

13. Ongunstige reacties op medicijnen

14. Moeite hebben met verandering of verrassing. Slecht kunnen aanpassen (autisme gerelateerde stoornissen zoals PDD NOS of Asperger)

15. Wisselende bloedsuikerspiegel

16. Stemmingswisselingen, moeite met concentreren

17. Angsten die schijnbaar geen verband houden met de werkelijkheid

18. Gespannen spieren (lichamelijke verharding)

20.Moeite met accepteren van kritiek

21.Afwisselend hyperactief en ernstig vermoeid zijn; uitputting c.q. weinig uithoudingsvermogen hebben (ook: chronische vermoeidheid ME)

22. Moeite met beslissen

23. Lage zelfwaardering (onzekerheid, afhankelijkheid, behoefte om omstandigheden te controleren, manipuleren of beïnvloeden)

24. Hoofdpijn, jeuk, lever-, galblaas-, darmproblemen. Voortdurende brom of piep in het oor hebben, Tinnitus.

- BONDING REFLEX

Functie: De Bonding Reflex is een complexe reflex bij mensen die ons in staat stelt om contact te zoeken met onszelf en ons lichaam en te communiceren met onszelf en met anderen. Bonding heeft te maken met binding en hechting te voelen en tot stand te brengen.  De reflex geeft de gelegenheid  om ons lichaam te integreren als geheel.

integratie geeft het gevoel verzorgd en beschermd te worden en vandaar uit is ook te begrijpen dat primaire behoeften als eten, drinken, liefde, warmte, cognitieve uitdaging, en vrijheid, ons een gevoel van voldoening bezorgen. Verbinding met jezelf, je ouders/verzorgers, familie, mensen in je omgeving en groepen stelt je in staat om je lichaam en zijn bewegingen en je gedachten en emoties te coördineren.

De beste manier om de reflex te integreren is direct na de geboorte en dan op lichamelijk niveau. Activering van de reflex vindt plaats wanneer het kind aangeraakt wordt door de moeder. Deze aanraking is het verbindende element tussen de druk in de warme baarmoeder en nieuwe “koude” luchtdruk. Daarna is de visuele activering van belang: het oogcontact tussen moeder en kind. Deze ervaringen leggen de basis voor het vermogen oogcontact te maken en om te kunnen communiceren.  De reflex is van essentieel belang voor het verkrijgen van zelfvertrouwen en vertrouwen, voor lichamelijke en geestelijke veiligheid en voor het vormen van vertrouwen hebben in de wereld.

Op het gebied van de motorische ontwikkeling beïnvloedt de reflex verschillende typen bewegingen zowel op motorisch, emotioneel als op communicatief vlak. Goede binding met jezelf en je omgeving kan pas goed tot stand komen als je contrôle hebt over je lichaam.

Het lichaamscentrum kan pas de basis vormen van emotionele uiting, als je in staat bent een rechte lichaamshouding vast te houden. Daarnaast helpt een goed ontwikkelde grof- motorische coördinatie je met het aanvaarden van jezelf en anderen.

De Bondingreflex is op fijn motorisch niveau van groot belang voor de communicatie omdat deze reflex noodzakelijk is voor het activeren van onze gehoor en zichtsystemen (perifeer zicht en focus èn de focus voor dichtbij en veraf). Tenslotte is de Bondingreflex belangrijk voor de gecontroleerde en doelgerichte bewegingen van ons hoofd en lichaam; het stelt ons in staat om gevoelsmatig en emotioneel verbinding te leggen en open te staan voor communicatie en aanvaard te worden.

Kenmerken van een niet- geïntegreerde Bonding Reflex:

  • Afhankelijk van anderen in relaties (zowel in kinder- als in de volwasen leeftijd).
  • Eenzaamheid/lijden als men alleen is (zelfs voor korte tijd).
  • Erg verlegen, traag aanpassen in nieuwe situaties, moeite met vreemde (niet bekende) mensen                 –
  • Verlegen in sociale relaties, bang zijn om alleen gelaten te worden/met onbekende mensen in een ruimte te zijn.
  • Emotioneel instabiel, snel huilen.
  • Grillig in gedrag/ afhankelijke gedragingen (op volwassen leeftijd tegenover mensen, dieren, ideeën)
  • Afwijzen van de wereld en/of afwijzen van jezelf (uit zich in agressie, vijandigheid, beledigend gedrag, jezelf en/of anderen niet kunnen vergeven).
  • Afhankelijke stijl van cognitief leren (hierdoor ontwikkelt zich een functioneren op overlevingsniveau).
  • Enorme gevoeligheid voor wat anderen denken en zeggen.
  • Moeite met autoriteit.
  • Zintuigelijke overgevoeligheid (hoogsensitief).
  • Weinig (zelf)vertrouwen, maar ook te snel vertrouwen (afhankelijkopstellen).
  • Terugtrekkend/ isolerend gedrag.
  • Depressie/gedeprimeerdheid
  • Als kind teveel verantwoordelijkheid op je nemen (een bepaalde rol vervullen).

Bovengenoemde kenmerken hebben tot gevolg dat de persoon (in ernstige mate) in zijn eigen mogelijkheden tot constructieve communicatie en persoonlijke groei beperkt wordt.

De boom kan pas volledig in blad komen, als de wortels en de stam goed ontwikkeld zijn!

Nog vragen? Bel gerust!

Laatste blogberichten

MNRI weer grip op het leven krijgen (voor) en na borstkanker

07 okt 2021
Medisch trauma en ontwikkeling

Craniosynostose en de ervaringen met reflexintegratie

03 aug 2021
Pleegzorgkinderen en MNRI

MNRI en het effect op pleegzorgkinderen

02 mei 2021

STNR; belangrijk bij lezen, zwemmen,focus, overzicht houden en als voorbereiding op kruipen

24 apr 2021
Angst fobie tics

Angstverlammingsreflex: dè beperkende factor voor optimale ontwikkeling

21 apr 2021
leerproblemen

ATNR, de leerreflex in beeld

21 apr 2021