Hoe denkt ù eigenlijk? In woorden, in beelden? Is het meer kinesthetisch, voelt u wat u denkt? Of ruikt en proeft u wat u denkt? Vindt u dit een gekke vraag? Iedereen denkt toch op dezelfde manier? Of niet soms? Nee dus. Het is een wijdverbreid misverstand om te denken dat ieder mens dezelfde denkstrategie heeft. Dat misverstand is wellicht één van de oorzaken voor ‘leerstoornissen’.

Iemand die niet in de gelegenheid wordt gesteld om op zijn eigen manier te denken kan daardoor aardig in de war raken. Waardoor hij of zij emotioneel geblokkeerd kan raken. Een van de manieren om te denken is het zogenaamde ‘rechtsgeoriënteerd denken’: een veel voorkomend verschijnsel dat op zich niet tot een leerstoornis hoeft te leiden. Iemand die een rechtsgeoriënteerde leerstijl heeft, heeft een voorkeur om met zijn rechter hersenhelft te denken. Hierin bevinden zich het visuele- en kinesthetische (gevoelsmatige) denkvermogen.

Iemand die rechtsgeoriënteerd denkt kan heel intelligent zijn. Het visuele denken is een hele snelle manier van denken: in één beeld omvat je het hele probleem. Het lastige is dat je dat beeld niet zo snel in woorden, zinnen of cijfers kunt omzetten. Het ontbreekt de rechtsgeoriënteerde nogal eens aan geduld: het volgende beeld vraagt alweer de aandacht.

Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden.

Onderwijs

Het onderwijs is ingericht op kinderen met een linksgeoriënteerde leerstijl. Op school is dit vaak de aanleiding tot een reeks problemen. Als er dictee wordt gegeven heeft het rechtsgeoriënteerde kind direct een plaatje van het woord in het hoofd, maar de bijbehorende woorden is het vaak direct kwijt. Het beeld vraagt alle aandacht en ook worden er direct allerlei andere beelden (associaties) gevormd, die ermee te maken hebben. De overstap naar woorden is te groot. Vaak ergert men zich aan het fantaseren, men vindt het kind een dromer. Dit laatste is het gevolg van het associërende en de kinesthetische component in hun denken.

Rechtsgeoriënteerd denken is een praktische, zinvolle manier van denken die men zeker niet kan en mag afleren. Mensen met een linksgeoriënteerde leerstijl denken behalve in woorden en zinnen ook in beelden. Maar dan zijn die beelden een ondersteuning van de zinnen. De beelden laten zich zonder moeite in zinnen vertalen. Een rechtsgeoriënteerd kind daarentegen zal bij een dictee bij voorkeur een beeld krijgen van de zin en niet weten hoe je de afzonderlijke woorden op papier krijgt.