WoordBeeldTrainer

WoordBeeldTrainer is een remediërende spellingsaanpak waarmee kinderen alsnog, opnieuw of beter kunnen leren spellen.

Woordbeeldtrainer is ontwikkeld door Will Missot van www.cnls.nl en is gebaseerd op een aantal onderwijskundige en wetenschappelijk taalkundige inzichten:

  • Elk kind heeft een eigen individuele leerstijl. Die kan worden toegepast om de leerresultaten te optimaliseren.
  • We zijn in staat een mentaal beeld te vormen van klankbeeld en woordbeeld. Die beelden kunnen wij ons los van elkaar, maar ook gecombineerd mentaal voorstellen. Dit vermogen kan door oefening versterkt worden.
  • Kinderen ontwikkelen zich vanaf denken in beelden naar taligheid. Soms heeft een van deze twee sterk de overhand en is er sprake van een disharmonisch model (performaal-verbaalkloof). Er moet dan gezocht worden naar de sterke kanten van het kind om de spelling onder de knie te krijgen in plaats van het aanspreken van de zwakke kanten.
  • De verwerkingssnelheid van auditieve en visuele informatie kan sterk uiteenlopen en per kind verschillen. Het niet synchroon lopen van de auditieve en visuele verwerkingssnelheid komt vaak voor bij kinderen met spellingsproblemen en dyslexie.
  • Bij spellingachterstanden moet precies en nauwgezet in kaart worden gebracht wat er geoefend moet worden. Daartoe wordt het zgn. PI-dictee ingezet. Vervolgens wordt ook de beginsituatie bepaald, zodat na verloop van tijd de vorderingen daar tegen kunnen worden afgezet.
  • Vrijwel altijd kun je spellingproblemen herleiden naar koppelings- en temporele ordeningsproblemen: niet weten welke tekens bij welke klank horen en de hoeveelheid en volgorde van de tekens niet juist weten te noteren.
  • Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat leerlingen met spellingproblemen moeite hebben met het toepassen van spellingsregels (Bos & Reitsma, 2003).
  • Ook is gebleken dat het aanleren van spellingsregels geen winst oplevert voor spellingzwakke leerlingen en dyslectici (Bos, 2004 Hilte & Reitsma, 2011).
  • Remedial teachers blijken het aanleren van regels toch belangrijk te vinden, ook als leerlingen er niets mee kunnen (Bos &Reitsma, 2003). Zij doen blijkbaar liever een beroep op de zwakke punten van leerlingen dan te profiteren van de sterke.
  • Ten onrechte wordt vaak aangegeven dat spelling alleen via spellingsregels is aan te leren. Dat is niet zo. Er zijn meer onderwijskundige verantwoorde manieren om de spelling onder de knie te krijgen.

Hoe moeten spellingzwakke leerlingen dan wel oefenen?

Het oefenen van spelling met de computer is de beste manier om de spelling van spellingzwakke leerlingen te verbeteren. Daarbij wordt eerst het hele woord getoond en uitgesproken door de computer. De leerling memoriseert het woord en het woord verdwijnt waarna de leerling het woord typt. Deze aanpak is wetenschappelijk onderbouwd door Bos (2004).

Bos benadrukt ook sterk de effectiviteit van de actieve verwerking van woorden via typen. Voor zeer zwakke leerlingen kan het daarnaast ook nog van wenselijk zijn om de woorden zelf uit te spreken voordat ze getypt worden. De woorden worden eerst uitgesproken door de computer, de leerling zegt ze na en typt ze daarna. Oefenen met de computer van kleine woordpakketten naar analogie (op elkaar lijkende woorden) geeft de beste resultaten en daarnaast kan het zinvol zijn om deze woorden in korte betekenisvolle zinnen te verwerken en die te oefenen.

 Voorbeeld

Het woord boom duurt ongeveer 400 msec. Na een pauze van 100 msec. zal het volgende woord erachteraan komen. Als je auditieve verwerkingssnelheid lager ligt, kom je in de problemen. Bij visueel lerende kinderen ligt de visuele verwerkingssnelheid vaak veel hoger dan de auditieve verwerkingssnelheid. Het gevolg is een synchronisatieprobleem, dat tot spellingsproblemen kan lijden. Door het synchroniseren hef je de beperking op. Koppel dit aan de meest optimale manier van oefenen van het visueel ingestelde kind en je kunt de spellingsachterstand inlopen.

Voorwaarden

Voorwaarden die nodig zijn om de elementaire spellingshandeling met succes uit te kunnen voeren, kunnen in vier categorieën ingedeeld worden:

Auditieve vaardigheden:

–             Auditieve discriminatie: het verschil ervaren tussen klanken en woorden.

–             Auditieve analyse: een woord in klanken splitsen

–             Auditieve synthese: het samenvoegen van losse klanken tot een woord.

–             Temporeel ordenen: de volgorde van klanken onthouden en blijvend in het  geheugen verankeren.

Visuele vaardigheden:

–             Visuele discriminatie: het verschil ervaren tussen letters en woorden.

–             Visuele analyse: letters in een woord herkennen.

–             Visuele synthese: het samenvoegen van losse letters tot een woord.

–             Spatieel ordenen: volgorde van letters onthouden en blijvend in het

             geheugen verankeren.

Taalvaardigheden:

Kennis van begrippen: instructiebegrippen als voor, achter en letter kennen.

Schrijfvaardigheden:

Letterkennis: koppeling tussen foneem (klank) en grafeem (teken) kennen.

 

WoordBeeldTrainer is een programma dat woordbeeld (visueel) en klankbeeld (auditief) in een Neuro Linguistische Programmeersetting aan elkaar koppelt, waarbij het woord verankerd wordt in het geheugen op een manier die past bij het kind.

De totale opzet van woordbeeldtrainer komt tot in detail overeen met de nieuwste wetenschappelijke bevindingen door vooraanstaande deskundigen.

Werkwijze

Binnen het methodisch spellingsonderwijs  is er geen enkele aandacht  voor technieken om de koppeling tussen temporeel en spatieel ordenen tot stand te brengen en in te oefenen. Hierdoor kan een kind geen juist mentaal beeld vormen van een woord om op terug te vallen. Bij gebrek aan dat beeld gebruikt het kind de enige mogelijkheid die nog voorhanden is: schrijven zoals je het hoort. En dat werkt niet in het Nederlands. Juist daardoor gaat het bij een veel kinderen fout.

WoordBeeldTrainer leert deze ordenings- en mentale opslagtechnieken als basis aan; het is immers een voorwaarde om goed te kunnen leren spellen. De oefenstof wordt bepaald naar aanleiding van een afgenomen instaptoets (het zgn. PI-dictee) waarmee de spellingscategorieën zichtbaar worden waar de leerling op uitvalt. De leerling leert het woordbeeld memoriseren op de manier waar het kind goed in is. Voor de één kan dat via visuele inprenting zijn, voor de ander via het visueel voorstellen en voor weer een ander een combinatie van visueel en auditief. Motorische ondersteuning kan ook bijdragen aan het inslijpen van het woordbeeld. Bij de intake door de Woordbeeldtrainer Coach wordt vastgesteld op welke wijze de spelling het beste kan worden ingeoefend binnen de Woordbeeldtrainersetting. Doordat de aanpak wezenlijk anders is dan de standaard spellingsmethode op scholen en in Remedialteaching praktijken kunnen kinderen geholpen worden die anders de boot dreigen te missen. Ook kinderen waar de diagnose dyslexie en/of dysorthografie is gesteld, blijken in de praktijk met behulp van Woordbeeldtrainer alsnog prima te kunnen leren spellen.

Voor wie ?

In principe voor ieder kind dat niet kan leren spellen met de gebruikmaking van de standaardaanpak via spellingsregels. De grootte van de spellingsachterstand maakt niets uit, evenmin als de leeftijd.

Hoe vaak moet er geoefend worden ?

De hieronder genoemde resultaten zijn behaald bij kinderen die vijf dagen per week met de WoordBeeldTrainer aan de gang zijn geweest. Elke dag is er minimaal een woordpakket ingeoefend. Natuurlijk zijn er ook kinderen die om wat voor reden dan ook minder oefenen. Ook bij deze kinderen wordt vooruitgang geboekt, die vaak niet voor mogelijk is gehouden.

Als is vastgelegd dat WoordBeeldTrainer kan worden toegepast, verloopt het werken met WoordBeeldTrainer in een aantal fasen. Eerst wordt het instapniveau bepaald door middel van het afnemen van het PI-dictee opgenomen in het landelijk (dyslexieprotecol). Daarna wordt de visuele en auditieve verwerkingssnelheid bepaald d.m.v. het pc programma ‘’Time-ordertest’’.

Vervolgens wordt het alfabet ingeoefend (bij kinderen die dat nog niet in de basissesies hebben gedaan), in combinatie met een speciale visualisatie- en ordeningstechniek en kan er daarna begonnen worden met oefenen. Dat gebeurt via de particuliere versie van WoordBeeldTrainer.

Daarna wordt een geheugen- activeringstechniek toegepast om woord- en klankbeeld blijvend te verankeren.

Na twee tot drie maanden wordt het PI-dictee afgenomen en deze score wordt vergeleken met die van het instapniveau om zo de vorderingen duidelijk te maken. Het totale traject bedraagt hooguit 15 tot 16 weken.

Resultaten 

We beschrijven hier de resultaten van de eerste kinderen die aan de slag zijn gegaan met WoordBeeldTrainer. Begin 2010 is er gestart met vier kinderen. Twee daarvan waren als zwaar dyslectisch gediagnosticeerd door de onderwijs adviesdienst en bij de twee andere kinderen waren er vermoedens van dyslexie. Zij waren nog niet getest. Ze werden door school al langere tijd apart begeleid op het gebied van spelling, zonder dat er sprake was van vooruitgang.

Bij het eerste kind, een meisje van 10 was in oktober 2010 een spelling- achterstand van een jaar en vier maanden vastgesteld: DLE van 17. In overleg met de school is een behandeltraject uitgezet, waarbij WoordBeeldTrainer in de klas gebruikt zou worden. Thuis zou er ook minimaal drie maal per week mee geoefend worden. Daarnaast werd er een uur remediërend hulp per week aan gericht oefenen, dictee en herhalen via WoordBeeldTrainer ingezet. Na acht weken heeft de remedial teacher het PI-dictee afgenomen om de DLE te bepalen. Die kon worden vastgesteld op 32. Een vooruitgang van anderhalf jaar in twee maanden tijd dus.

Het tweede kind betreft een jongen van acht jaar uit groep 5. Het onderzoek door een neuropsycholoog gaf de diagnose zware dyslexie. Zijn DLE voor spelling werd vastgestel op 5. Daarmee presteerde hij bij de zwakste 1% van zijn leeftijdsgenoten, vergelijkbaar met het gemiddelde niveau van een leerling halverwege groep 3. Na acht weken WoordBeeldTrainer is de DLE vastgesteld op 14. Een vooruitgang van 9 maanden in twee maanden training.

Als derde is WoordBeeldTrainer gebruikt bij een jongen van 8 jaar. Er leefden bij school en ouders het vermoeden van dyslexie, maar hij was nog niet onderzocht. Voordat met WoordBeeldTrainer gestart werd, is zijn DLE voor spelling middels het pi-dictee vastgesteld op 8 maanden (niveau van eind groep drie). Na twee maanden WoordBeeldTrainer staat zijn DLE op 20. Er is dus ruim een jaar van de achterstand ingelopen.

Als vierde is WoordBeeldTrainer gebruikt door een jongen van 11 jaar. De school had niet getest, omdat ze vonden dat het ook zonder test zonneklaar was dat er sprake was van dyslexie. Aan het begin van de trainingsperiode is middels het pi-dictee de DLE vastgesteld op 24. Een spellingsachterstand van twee jaar dus. Na twee maanden geoefend te hebben met WoordBeeldTrainer werd een DLE van 36 behaald.  De vooruitgang: meer dan een jaar, in twee maanden.