Bauer Crawling reflex en het verband met leervaardig-/moeilijkheden en gedrag.

De Bauer crawling reflex onder de loep; Hoe niet kruipen kan leiden tot leerproblemen als dyslexie/dyscalculie en beelddenken, kenmerken van diverse diagnoses, stagnatie in de emotionele ontwikkeling, problemen met informatieverwerking (zowel auditief als visueel), onthouden/opslaan van informatie, coördineren van bewegingen, geweldadigheid, frustratie, impulsief (koop)gedrag en emotieregulatie.

Veel mensen weten inmiddels dat kruipen in de baby- tijd zeer belangrijk is voor de verdere ontwikkeling van ons als persoon op diverse gebieden. Maar waarom is kruipen dan zo belangrijk ? Hoe komen we uiteindelijk tot kruipen en waarom doen sommige kinderen het niet ? En waarom beïnvloedt dit dan ook ons gedrag en mogelijkheden in ons volwassen leven ? Als deze vragen beantwoord zijn, begrijp je ook waarom deze mijlpaal zo belangrijk is om te doorlopen.

In mijn praktijk komen personen van allerlei pluimage. Op dit moment in de leeftijd van anderhalf jaar oud tot en met 80 jaar. Mannen en vrouwen, jongens en meisjes, baby’s, peuters, kleuters basisschoolleerlingen, jongeren, volwassenen en senioren. Sommigen met officieel vastgestelde diagnoses, sommigen met sterke vermoedens ervan, dan weer mensen met PTSD/trauma, psychische uitdagingen. Anderen met (forse) motorische en of lichamelijke aandoeningen.

Deze personen komen in al hun verscheidenheid en uitdagingen, voor de reflexintegratie behandeling in de vorm van MNRI (Masgutova Neuro-sensomotorische Reflexintegratie) en/of QRI (reflexintegratie d.m.v. soft laser therapie). De resultaten zijn zonder uitzondering opmerkelijk en helpt deze personen om hun leven te leiden met een (sterk) verbeterde kwaliteit en kwantiteit daarvan. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn en een tikkeltje ongeloofwaardig. Hoe kan reflexintegratie op zulke uiteenlopende gebieden, deze resultaten geven ?

Reflexintegratie werkt op een non- invasieve manier aan de verbeterde werking van het zenuwstelsel, d.m.v. manuele handelingen op de verschillende reflexbanen of met de softlaser die d.m.v. licht en geluid de diverse reflexpunten bereikt. Hierdoor kan het lichaam nieuwe verbindingen aanleggen of bestaande zenuwverbindingen verbeteren, waardoor ze efficiënter kunnen gaan werken. Hoe beter de verbindingen zijn, hoe beter het bereik naar de rest van het lichaam we hebben.

Het zenuwstelsel stuurt ALLE processen in ons lichaam aan en zorgt ervoor dat wij de diverse hersengebieden met hun eigen unieke functies, kunnen aanspreken. Hoe beter het neurologische netwerk/zenuwstelsel ontwikkeld en vertakt is, hoe beter en nauwkeuriger de prikkelgeleiding naar de diverse lichaamssystemen wordt verzonden en ontvangen. Dit neurologische netwerk kan zich ALLEEN maar ontwikkelen door beweging. Beweging zien we bij de mens voor het eerst bij de celdeling na de samensmelting van ei,-en zaadcel, maar in grotere zin vanaf de vijfde week van de zwangerschap.

Alleen door reflexmatige en onbewuste bewegingen kunnen de eerder aangelegde neuronen verbinding met elkaar maken. Alleen als de neuronen verbinding maken, kan er een netwerk ontstaan van neuronen; het zenuwstelsel. Er zijn diverse reflexen die zich in de zwangerschap ontwikkelen en iedere reflex heeft weer zijn eigen functie en ontwikkelt andere capaciteiten. Zo stelt de Babkin- reflex de foetus in staat om te leren zuigen aan de borst en later helpt deze reflex de hand-naar-mond beweging te maken. De Landau- reflex helpt de baby om het hoofd en lichaam in de juiste positie te plaatsen in de ruimte en zorgt voor een oprichtende reactie. Hij is belangrijk om onze positie te bepalen in de ruimte en heeft dus direct te maken met het gevoel van veiligheid. Zo zijn er 21 primaire reflexen die in de zwangerschap allemaal hun eigen verschijningsmoment hebben (mits de zwangerschap normaal verloopt) en volgen elkaar in een vaste volgorde op. Na verschijning zorgt de reflex voor een bepaald bewegingspatroon en door herhaald te bewegen op die manier, ontwikkelt  de reflex zich steeds verder en bereikt een hoogtepunt in zijn ontwikkeling. Op zijn hoogtepunt wordt het startsein gegeven voor de volgende reflex om zich te ontwikkelen. Door o.a.stress bij moeder tijdens de zwangerschap, wordt deze strak geregisseerde kettingreactie vertraagd en daarmee ook de aansturing tijdens de bevalling en de ontwikkeling in het eerste levensjaar van het kind.  Reflexen functioneren op hersenstamniveau, hoe verder ze zich kunnen ontwikkelen, hoe meer neurologische verbindingen er ontstaan vanuit de hersenstam naar de hoger gelegen hersengebieden. Hoe beter we de diverse hersengebieden kunnen bereiken, hoe beter we diverse taken kunnen aanpakken en zaken kunnen oplossen, organiseren, leren en strategieën kunnen ontwikkelen. Hoe meer reflexen onder contrôle komen gedurende het eerste levensjaar, hoe meer hersengebieden we kunnen bereiken en hoe gemakkelijker we nieuwe zaken kunnen leren en hoe efficienter spieren, organen en energiesystemen kunnen worden aangestuurd.

De Bauer Crawling reflex is bij baby’s te herkennen als een baby op de buik ligt en er een stimulatie plaatsvindt onder de voetjes. Het kind zal reflexmatig een kruipende beweging maken (knie wordt opgetrokken) en het hoofd optillen. De reflex ontstaat in de 3e maand van de zwangerschapen is ongeveer 4 maanden na de geboorte geïntegreerd in het bewegingssysteem. Rond de tijd dat het kind de kruipleeftijd bereikt, speelt het een actieve rol.

Tijdens het bevallingsproces helpt de Bauer Crawling reflex het kind om zich door het geboortekanaal te bewegen en na de geboorte helpt het de pasgeborene om vanaf de onderbuik van de moeder naar de borst te bewegen. Verloskundigen en gyneacologen doen er goed aan om baby’s waar mogelijk, op de onderbuik van de moeder te leggen in buik op buik contact, om zo het kind de gelegenheid te geven deze beweging te maken.  Op latere leeftijd helpt de reflex actief bij het leren kruipen en lopen. Deze reflex activeert de hersenbalk (ook wel Corpus Callosum genoemd).

Het Corpus Callosum is eigenlijk een grote kluwen van zenuwbanen, tussen de beide hersenhelften in en is de verbindende factor.  Het Corpus Callosum zorgt ervoor dat er continu prikkeloverdracht is  tussen beide hersenhelften, zodat we beide hersenhelften optimaal kunnen laten samenwerken. Hoe beter de hersenheften samenwerken, hoe beter we functioneren, informatie op kunnen nemen en verwerken via verschillende zintuigen. Zo kunnen we informatie optimaal opslaan en onthouden.

Een Bauer Crawling reflex die niet onder controle komt van hogere hersendelen, laat zich zien als kinderen te laat, niet of slecht gaan/kunnen omrollen. Ze kruipen laat (en/of te weinig/niet) en zijn traag met goed leren lopen. Daarnaast werken beide hersenhelften onvoldoende samen, waardoor we bij verschillende of complexe taken steeds maar van één hersenhelft optimaal gebruik kunnen maken. Idealiter zouden beide hersenhelften ongeveer evenveel gebruikt moeten kunnen worden, zodat we de specifieke vaardigheden/talenten van deze beide helften optimaal kunnen inzetten en snel kunnen schakelen tussen talig- volgordelijk en visueel-ruimtelijk denken en handelen.

Op school of in de werksituatie is het ovoldoende samenwerken van linker en rechter hersenhelft erg lastig omdat we daarbij vooral complexe taken moeten uitvoeren en er veel gevraagd wordt van de samenwerking van de hersenhelften. Bij leerproblematiek als dyslexie, dyscalculie en beelddenken, maar ook AD(H)D en ASS zie je dat deze samenwerking/prikkeloverdracht/rijping van de hersenbalk niet voldoende is en dat Bauer crawling reflex samen met de Asymmetrisch Tonische Nekreflex en Symmetrisch Tonische Nekreflex nog actief/onderontwikkeld zijn.

Als je bij jezelf merkt dat je snel afhaakt bij complexere taken, of deze vermijdt dan is er een grote kans dat deze reflexen je parten spelen. Ook als je van jezelf weet dat je nieuwe informatie het liefst visueel verwerkt (de ogen komen voor de oren, of gezichten onthoud je beter dan namen) dan speelt deze reflex een verstorende rol. Ook als je het liever andersom doet (de oren komen voor de ogen), je kunt informatie het beste opnemen door te luisteren, dan is de BCR nog niet geïntegreerd. Het zou namelijk zo moeten zijn dat je alle zintuigen even goed kunt inzetten bij informatie- opname, en dat je vlot kunt schakelen zodat je , wanneer de situatie daarom vraagt het zintuig/de zintuigen in kunt zetten die op dat moment het handigste is/handigste zeijn. Als je afhankelijk bent van één voorkeurszintuig, ben je in veel (leer)situaties in het nadeel.

Kinderen met bijvoorbeeld een sterk ontwikkelde visuele/kinestische  informatie- opname (beelddenkers/dyslecten), kunnen in het voornamelijk auditief ingestelde onderwijssysteem, slecht uit de voeten. Zonde van al die cognitieve mogelijkheden die ze hebben !! Door de storende relevante reflexen te integreren, komen deze kinderen beter in balans, kunnen ze hun gevoel beter onder woorden brengen en tegelijkertijd ook nog steeds gebruik maken van hun visuele talent  en hun creatieve denken.

Kruipen in alle richtingen (voor/achter/zijwaarts), is belangrijk voor de rijping van het zenuwstelsel en dan met name voor de optimale werking van het Corpus Callosum. Meerdere studies hebben al aangetoond dat niet of te weinig kruipen leidt tot lagere scores en minder goed functioneren in de kleutergroepen. Dus hier vallen uitvallende kleuters al op !!! Kruipen verbeterd de oog-handcoördinatie (belangrijk bij schrijven en lezen, ruimtelijk inzicht (belangrijk bij rekenen/wiskunde) balans (belangrijk bij gevoel van veiligheid), Tactiele (huid/gevoel) informatieverwerking, emotionele rijping, sociaal gezien voelen. Je kunt je wel voorstellen dat het missen van het basale gevoel van veiligheid en het op de juiste manier binnenkrijgen en verwerken van zintuigelijke informatie, essentieel is voor het optimaal kunnen functioneren.

Zijn deze basisvoorwaarden er niet of onvoldoende, dan voelen we ons onveilig, hebben we een laag zelfbeeld en gaan we ons daar naar gedragen. Boosheid, frustratie, terugtrekken, continu bezig zijn het andere mensen naar het zin te maken; het zijn allemaal uitingen van onzekerheid, waaronder de storende/onderontwikkelde reflexen als basis liggen. Kruipen lukt alleen goed, als de reflexen het kind daarin ondersteunen; maar dan moeten ze eerst wel goed zijn “aangezet”in  zwangerschap of tijdens een normale bevalling !

Kortom hoe meer ons zenuwstelsel gerijpt is (reflexen niet meer op de voorgrond een verstorende rol spelen), hoe beter we in het algemeen functioneren, hoe beter we kunnen leren (in de breedste zin van het woord en hoe beter tot optimale groei en bloei komen !!

 






Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*